Aspergillum

20140716_090528

Een mooi woord voor een kruiswoordraadsel: aspergillum. In gewoon Nederlands: een wijwaterkwast. Hoewel, zo gewoon is dat ook weer niet. Dat bleek op Schiphol toen mijn kleine reiswijwaterkwast in mijn handbagage door security niet werd herkend. Ik moest uitleggen wat dat stalen kokertje te betekenen had. Groot was de verbazing toen er een  stokje met een bolletje uit tevoorschijn kwam: wat was dat dan? Mijn aspergillum ging vervolgens het rond bij alle security personeel, want een dergelijk voorwerp treffen ze niet dagelijks in handbagage aan.

Al eeuwen lang heeft wijwater een functie in de kerkelijke liturgie. Wanneer je een rooms-katholieke kerk binnenkomst kun je bij de ingang je vingers in het wijwaterbakje dopen en een kruisje slaan. Tijdens een viering kan een priester rondgaan met de wijwaterkwast om de aanwezigen te zegenen. Maar ook een woning, een auto, een nieuwe gebouw of zelfs de boorkop van de noord-zuidlijn in Amsterdam kan op die wijze worden gewijd. Wijwater verwijst naar het doopwater,  dat symbool staat voor de afwassing van de zonden en het nieuwe leven van de dopeling. Onderdeel van de doopliturgie is de zogenaamde “verzaking” waarbij afstand wordt genomen van het kwaad. In Gods handen zijn wij veilig – daar wil het wijwater ons bij bepalen.

Nu kan het gebruik van wijwater bijna een magische aangelegenheid worden. Alsof er aan dit water een soort paranormale krachten zouden kunnen worden toegeschreven. Deze magische invulling heeft ertoe geleid dat bij de Reformatie door de protestanten de hele wijwatersymboliek met heel veel andere zaken overboord is gegooid – en er alleen nog water bij de doop zelf wordt gebruikt. Inmiddels zijn we eeuwen verder en komen de protestantse kerken van deze grondige opruimactie weer een beetje terug. Ook in protestantse kerken branden we kaarsen, dragen voorgangers liturgische gewaden met kleuren van het kerkelijke jaar en is de ziekenzalving in ere hersteld.

Aan boord ben ik er voor iedereen. “Oecumenisch” heet dat. Ter wille van de herkenbaarheid heb ik daarom ook een wijwaterkwast bij me. Ik heb hem nog niet gebruikt. Maar er zijn situaties denkbaar dat het nodig kan zijn extra te benadrukken, dat er op een schip een nieuwe start mag worden gemaakt. Dan kan de wijwaterkwast een duidelijk symbolische waarde hebben. Niet magisch, maar symbolisch – zo protestants blijf ik wel.

Daarom vergezelt een aspergillum mij op mijn reizen als waterbouwpastor. Alleen niet meer in mijn handbagage, maar in mijn koffer. Hoe graag ik het securitypersoneel ook uitleg geef over spirituele zaken.

20140716_090556

2 Comments

Nieuwe reisverslagen

Op de website van de SPWO kun je nieuwe reisverslagen vinden.

Voor het verslag van mijn bezoek aan Southampton, klik hier

Voor het verslag van mijn bezoek aan Constanta, klik hier

Southampton Constanta

Leave a comment

Geheugen

Niezsche

De filosoof Friedrich Nietzsche schreef het boekje “Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven”. Daarin beweert hij dat het heerlijk moet zijn om zonder herinneringen te kunnen leven, zoals een dier dat doet. Over dat laatste  kun je twisten – een hond onthoudt bijvoorbeeld heel goed wie hem een schop verkocht heeft. Maar er zit natuurlijk wel iets in Nietzsches gedachte. Iemands verleden kan een verlammende uitwerking hebben op een mens.

Door de jaren heen verzamelen we een heleboel als mens. Zelf ben ik een uitgesproken hamsterfiguur. Als student vertrok ik ooit naar Canada met alleen 2 koffers – om vier jaar later met 20 verscheepte dozen naar Nederland terug te keren (plus een auto, maar dat is weer een ander verhaal). Er is sindsdien alleen maar meer bijgekomen. Maar nu is het opruimtijd. In plaats van een studeerkamer kan ik als waterbouwpastor net zo goed een flexibele werkplek hebben, zodat deze kamer kan worden benut als slaapkamer.

Het is dus zaak heel veel op te ruimen. Mijn studeerkamer/slaapkamer-in-wording lijkt  nu het meest op een schip in dok. Overal slingeren spullen rond, wachtend om ofwel te worden weggegooid ofwel opnieuw ergens te worden opgeborgen. Bij mijn opruimactie stuit ik op prachtige herinneringen die nu naar boven komen: brieven en kaarten die oude tijden laten herleven, foto’s die waren weg verdaagd, tekeningen van de meiden toen ze klein waren, mappen met allerlei info, twintig jaar oude gadgets, een mooie oude bankpas – en ga zo maar door. Iedere doos of doosje bevat nieuwe verrassingen. Ik vind een box vol met geboortekaartjes en rouwkaarten vanuit mijn eerste gemeente. De bedoeling is om op te ruimen, maar al snel zit ik oude brieven te lezen en kaartjes door te kijken. En waarom ook niet? Het is een prachtige menselijke eigenschap om herinneringen op te kunnen halen. Een hond mag dan wel onthouden wie hem een schop verkocht heeft, ik zie honden nog niet zo gauw samen over vroeger praten of op Facebook checken wat er van die of die geworden is.

Ik zou mijn geheugen niet willen missen. Aan boord is het trouwens ook een geliefd tijdverdrijf, sterke verhalen vertellen over projecten van toen-en-toen. Of weet je nog….? Soms ontdek je hoeveel er veranderd is sinds die tijd, of dat jij misschien veranderd bent. En soms merk je dat er helemaal niets anders is geworden.

Nee, Nietzsches pleidooi voor een leven zonder herinneringen is mij iets te radicaal. Af en toe opruiming houden is goed. Maar op momenten stil kunnen staan bij het verleden betekent ook een enorme verrijking van het heden.

stapels-papier-300x197Personalised-Printed--Metallic-USB-Memory-Stick

1 Comment

Nieuw reisverslag

Op de site van de SPWO is mijn nieuwe reisverslag te vinden – van mijn bezoekreis in maart aan twee projecten in Qatar. Klik hier om het verslag te lezen.

Reisverslag Qatar

Leave a comment

Nog alles even af

Wellicht ben ik de enige die er last van heeft: net voordat je vertrekt, wil je alles nog even af hebben. Op de to-do-list staan al wekenlang items waar je niet aan bent toegekomen. Nu je op reis gaat, moeten die items toch nog even worden afgewerkt. Met als gevolg dat je de laatste dagen voor je vertrek zwaar gestrest bezig bent met stukken te schrijven, mails te verzenden, brieven te posten, te bellen en wat al niet meer. De koffer kan nog net op het laatst worden ingepakt. Zodra je vertrokken bent, besef je dat je door al die drukte dit of dat vergeten bent. Had ik nou maar in die weken ervoor nog eventjes wat punten van het lijstje aangepakt en niet naar die film zitten blijven kijken!! Dan was ik veel rustiger vertrokken.

Ik weet niet waar die innerlijke dwang om alles voor vertrek nog af te krijgen vandaan komt. In feite kunnen een heleboel dingen die al lang op het lijstje staan nog best een weekje of meer wachten. Maar op de één of andere manier is het af en toe nodig een “opgeruimd gevoel” te kunnen hebben. Dat wil je als je op reis gaat. Dat kun je ook hebben als je visite krijgt en je het huis nog even aan kant wilt hebben. Als student waren het voor mij, denk ik, de enige momenten dat ik aan opruimen toe kwam: net voor het moment als mijn ouders op bezoek kwamen. Voor het schrijven van een stuk is het naderen van de deadline vaak de beste motivatie om aan de slag te gaan.

Blijkbaar hebben we af en toe druk op de ketel nodig om eens even echt door te pakken en achterstallig onderhoud op ons uitstelgedrag te plegen. Maar zoals gezegd: het kan ook leiden tot stress, waardoor de start van de reis of visite niet echt gelukkig is. Het kan soms ook de kunst zijn om de dingen te laten – en te denken: dat komt wel als ik terug ben.

In feite geldt dat ook voor het leven zelf. Gelukkig zit er een grens aan het leven, anders zouden we misschien sommige zaken eeuwig blijven uitstellen. Voor alles is er een tijd, om met Prediker – de oude wijsheidsleraar uit de Bijbel – te spreken. Toch hoop ik dat er zoiets als een eeuwig leven mag bestaan waar er tijd is om losse eindjes af te werken. Ik verwacht  niet dat dat eeuwige leven tijd-loos zal zijn. Zonder besef van verleden en toekomst wordt het leven namelijk wel vlak. Alleen zal het verleden in het licht van de eeuwigheid je niet meer kunnen achtervolgen. En de toekomst lijkt niet meer op een wekker die op aflopen staat en rinkelt op het moment dat je doodgaat. Zoiets. Ik kan er ook alleen maar in abstracte termen over nadenken. Wel probeer ik mijzelf een levenshouding aan te meten, dat ik leef alsof ik eeuwig de tijd heb. Want als je eeuwig de tijd hebt, komt vanzelf alles af.

Makker gezegd dan gedaan. Met het schrijven van deze weblog kan ik in ieder geval 1 puntje van mijn to-do-list afstrepen. Morgen vertrek ik trouwens naar Engeland voor een week projectbezoek.

To Do List

2 Comments

Pater Frans

Gisterenmorgen ging ik na lange tijd weer eens voor in een kerkdienst. De laatste keer dat ik preekte op mijn ‘oude stek” in Middelburg was op kerstmorgen 2012. Het voelde vreemd en toch vertrouwd.

In het begin van een kerkdienst wordt vaak stilgestaan bij “de nood van de wereld”. Als gelovig mens moet je je bewust zijn van de wereld om je heen en je ogen niet sluiten voor het donker. Door mijn reizen ben ik zelf me alleen maar meer bewust geworden van onze grote wereld. Er is veel moois te ontdekken, maar je ziet ook dat niet iedereen het zo goed heeft als in Nederland.

In mijn gebed stond ik stil bij pater Frans van der Lugt, iemand die stond voor zijn geloof in God en mens. Ongetwijfeld geen heilige, ook een mens met zijn nukken en tekorten, maar iemand die om zijn levenshouding wel oneindig veel respect afdwingt.

God,
om die ene mens
wonend in Homs
die niet los wilde laten
die bleef geloven in de waardigheid van de mens
die zijn mensen niet verliet
 
om die ene mens
die in een kapotgeschoten stad
de mis bleef opdragen
uw liefde belichaamde
te midden van alle vergoten bloed
 
om die ene mens
met  een missie
tussen al die machteloze mensen
de aandacht van de wereld vragend
ónze aandacht vragend
 
om die ene mens
tussen het gebrek aan voedsel
en het gebrek aan uitzicht
met de moed der wanhoop
met het geloof van een kind
 
om die ene mens
pater Frans van der Lugt
bidden wij:
dat zijn strijd niet tevergeefs zal zijn
dat kogels niet zullen vernietigen waarvoor, voor wie hij stond
dat zijn hoop voor Syrië niet beschaamd zal worden
dat zijn geloof in de taal van de liefde het laatste woord mag krijgen.
 
Om die ene mens
één voor allen
bidden wij: Heer, ontferm U. Christus, ontferm U. Heer, ontferm U. Amen.
 

REF10656-568x319

2 Comments

Een gerespecteerde ‘ouwe’

Ik had al even niets meer op mijn weblog geschreven. Deels kwam dit door mijn bezoekreis naar Qatar, maar vooral ook door het overlijden van mijn vader net na mijn thuiskomst.

Ik heb een tijdje geaarzeld om iets daarover op mijn weblog te schrijven. Het gaat hier om iets heel persoonlijks. Maar toen dacht ik: waarom niet? Als kustvaartkapitein heeft juist mijn vader me vertrouwd gemaakt met het maritieme leven. Door hem was ik als kind al gewend om op een schip rond te lopen. En ik weet ook hoe het voelt wanneer je vader een aantal weken van huis is – en hoe leuk het is als hij verlof heeft.

Kapitein Francke In vroeger jaren

In de laatste jaren ging mijn vader qua gezondheid achteruit. Veel dingen kosten hem moeite. Maar het minieme fotootje op mijn mobiel herkende hij direct, zonder aarzelen. Genomen vanaf een hopper op de Nieuwe Waterweg: de plaats waar hij geboren was en waar hij zo vaak vroeger was langs gevaren.

Nieuwe Waterweg Maassluis

Bij de begrafenis bleek één van de dragers een oud-leerling van hem te zijn geweest. Toeval, en misschien ook wel niet. Hij wist nog een paar mooie verhalen te vertellen.

In de dienst heb ik ook zelf een paar woorden gesproken. Over zijn zeevarende leven: “Na de oorlog volgden jaren van opbouw. Varen bij de visserij en later bij de koopvaardij. In korte tijd stuurman bij de kleine handelsvaart en vervolgens kapitein. En dat voor iemand die niet de gelegenheid had gekregen zijn middelbare school officieel af te maken. Engels sprekend, Frans sprekend, bruinverbrand, makkelijk in de omgang met mensen van alle rangen en standen, een gerespecteerde ‘ouwe’.”

Maar er was nog veel meer te vertellen. We zullen hem op allerlei manieren erg gaan missen. Aan het einde van de dienst zongen we de Nederlandse versie van zijn lievelingslied: “Abide with me.”

Abide with me; fast falls the eventide;
The darkness deepens; Lord with me abide.
When other helpers fail and comforts flee,
Help of the helpless, O abide with me.
 
Swift to its close ebbs out life’s little day;
Earth’s joys grow dim; its glories pass away;
Change and decay in all around I see;
O Thou who changest not, abide with me.
  
Not a brief glance I beg, a passing word;
But as Thou dwell’st with Thy disciples, Lord,
Familiar, condescending, patient, free.
Come not to sojourn, but abide with me.
  
Come not in terrors, as the King of kings,
But kind and good, with healing in Thy wings,
Tears for all woes, a heart for every plea—
Come, Friend of sinners, and thus bide with me.
  
Thou on my head in early youth didst smile;
And, though rebellious and perverse meanwhile,
Thou hast not left me, oft as I left Thee,
On to the close, O Lord, abide with me.
 
I need Thy presence every passing hour.
What but Thy grace can foil the tempter’s power?
Who, like Thyself, my guide and stay can be?
Through cloud and sunshine, Lord, abide with me.
 
I fear no foe, with Thee at hand to bless;
Ills have no weight, and tears no bitterness.
Where is death’s sting? Where, grave, thy victory?
I triumph still, if Thou abide with me.
  
Hold Thou Thy cross before my closing eyes;
Shine through the gloom and point me to the skies.
Heaven’s morning breaks, and earth’s vain shadows flee;
In life, in death, O Lord, abide with me.

 

In Memoriam: Nicolaas Dirk Francke (* 28 juni 1926 † 23 maart 2014)

2 Comments

In het leger

Mijn carrière bij het leger is nooit verder gekomen dan de keuring. Niet dat ik ben afgekeurd. Maar toen ik de selectie-officier vertelde over mijn plannen om theologie te gaan studeren, was het snel bekeken: “Als je in opleiding bent voor een ‘geestelijk ambt’, zo heet dat, word je automatisch buitengewoon dienstplichtig.” Toevallig was hij ook nog de broer van onze plaatselijke predikant. En zo geschiedde. Het enige wat ik aan mijn keuring heb overgehouden is kennis van mijn bloedgroep en een voorliefde voor morseseinen (ik mocht tot het einde blijven zitten bij de morsetest).

Afijn, die herinneringen kwamen kort geleden weer naar boven, toen ik tussen allerlei collega’s van de geestelijke verzorging in de krijgsmacht een meerdaagse cursus mocht volgen. Locatie was Huize Beukbergen, waar militairen allerlei cursussen krijgen en ook geestelijk worden klaargestoomd voor een missie in het buitenland. Zo was het nu heel druk met militairen die naar Mali worden uitgezonden.

De cursus “Trauma en geestelijke verzorging” was buitengewoon interessant. De gemiddelde waterbouwer zal weliswaar niet direct in allerlei gevechtshandelingen terechtkomen, maar kan toch zeker te maken krijgen met allerlei situaties met grote impact. Veiligheid en zorg voor elkaar zijn niet voor niets ook belangrijke issues in de bagger- en offshore-wereld.

trauma

Het was daarom niet moeilijk om aansluiting te vinden bij de defensie-collega’s. Er zijn duidelijk de nodige overeenkomsten tussen  hun werk en het mijne. Maar ook een paar verschillen. Zo gaan de GV-ers mee op missie, zoals ik op scheepsbezoek ga – alleen blijven zij veel langer op dezelfde locatie. Zij worden verbonden aan een bepaald onderdeel, terwijl ik langs allerlei projecten rondreis. Als er zich een calamiteit voordoet, is de GV-er er direct bij betrokken, terwijl ik met het bedrijfscrisisteam zal moeten worden ingevlogen. Maar verder is de aard van het werk hetzelfde, of het nu “pastoraat” of “geestelijke verzorging” heet: aandacht voor de mens die (ver) van huis is.

De geestelijke verzorging in de krijgsmacht is verankerd in de wet. Maar ze zal in de komende tijd niet ontkomen aan bezuinigingen, aangezien de hele Nederlandse krijgsmacht krimpt. Er is daarom een “behoeftenonderzoek” binnen de krijgsmacht gestart. Dat is een lastig iets, ik voel helemaal met de collega’s mee. Want bestaat er behoefte aan geestelijke verzorging of pastoraat? Nee, als je het zo stelt, meestal niet. Maar er is wel waardering voor en meestal wordt de toegevoegde waarde pas achteraf erkend. De Stichting Pastoraat Werkers Overzee mag zich in ieder geval gelukkig prijzen met alle steun vanuit de waterbouwbedrijven.

Anders dan de GV-er bij de krijgsmacht, die lang bij zijn of haar onderdeel verblijft, kan ik binnen de baggerwereld niet met iedereen een vertrouwensband opbouwen. Daarvoor zijn de bezoeken en ontmoetingen vaak te kort. Maar, zoals een defensie-collega het verwoordde: “Belangrijk is dat je een vertrouwde verschijning bent – en dat men je weet te vinden als het nodig is.” Dáár moet het om gaan.

Het was weer een leerzame week.

Legerhelmbouwhelm

4 Comments

Doop

Als predikant heb ik al heel wat keren gedoopt, vaak kinderen, soms een volwassene. Het is dan altijd een extra feestelijke dienst. Daarom was het heel bijzonder om de afgelopen week in Urk bij een ander soort doop aanwezig te zijn, namelijk van een schip. De Kees Jr was al te water gelaten, nu werd een fles champagne tegen de boeg aan geslingerd. De champagne bruiste over de scheepswand en de woorden klonken: “Ik doop je Kees Junior en ik wens je een behouden vaart.”

Het was voor mij de eerste keer dat ik zoiets meemaakte, maar de “scheepsdoop” heeft oeroude wortels. In vroeger tijden moest je nog veel meer dan nu rekening houden met de gevaren van de zee.

Kees Jr

Bij de doop werd door een Urker collega de zogenaamde “Scheepsbijbel” overhandigd. Ook een mooie gewoonte, waaraan echter niet meer op alle schepen wordt vastgehouden. De predikant had een paar maanden eerder de dochter van de Urker kapitein gedoopt en hij zag overeenkomsten. Zowel bij het begin van het leven van dochterlief als de ingebruikname van een schip mag een goede vaart worden toegewenst. Daarbij las hij woorden van een eeuwenoud lied uit de Bijbel, psalm 107, over golven die hoog kunnen gaan, maar ook over thuiskomen in een veilige haven.

Voorafgaande aan de zegenwens is bij de doop het noemen van de naam belangrijk. Bij de rondleiding op Urk hoorden we dat – omdat veel mensen dezelfde familienaam hebben – iedereen een bijnaam krijgt. Door die bijnaam maak je deel uit van de Urker gemeenschap. Ergens voelt mijn doopnaam ook een beetje als zo’n bijnaam. Door die naam erbij ben ik verbonden met de  gemeenschap van mensen die de eeuwendoor hun kinderen hebben laten dopen. Door mijn achternaam maak ik deel uit van de beperkte kring van mijn familie. Mijn doopnaam bepaalt me erbij dat mijn leven deel uitmaakt van een groter verband (of nog beter gezegd: verbond).

Tenslotte: ik wist nog niet wat een ploegboot was. Nu wel. Een ploegboot kun je vergelijken met een tractor voorzien van een ploeg erachter. In combinatie met een sleephopperzuiger maakt hij de bodem egaal, of hij kan ook worden gebruikt om havens waarin niet mag worden gebaggerd uit te schrapen. Zo leer ik iedere dag nog bij in deze verrassende wereld. Kees Jr, tijd om de hand aan de ploeg te slaan!

Leave a comment

Nieuw reisverslag

Reisverslag 2

Mijn nieuwe reisverslag over de tweede helft van 2013 is nu te lezen. Je kunt het vinden op www.spwo.nl. Kijk onder “laatste nieuws” of “reisverslagen”

2 Comments

In dok

PC220455

Het was tijdens mijn kerstreis weer een hele nieuwe ervaring: bezoek aan een schip in dok. Baggerschepen kunnen al indrukwekkend zijn in het water, zeker als je met de touwladder omhoog moet. Maar zo’n schip is dok is helemaal een imposant gezicht. Als je beneden in dok staat en omhoog kijkt, is het alsof je langs een flatgebouw heenkijkt. Alles komt nog groter over, van de pijp en de schroef tot de bulb voorop en het roer achterop.

Een werf valt nog het beste te typeren als een mierenhoop. Er lopen honderden mensen rond en op het schip. Georganiseerde chaos: overal wordt gewerkt, overal lopen draden en slangen en buizen, overal gebeurt wat.

PC220463

Ook een ervaring: net voordat het circus begint zitten honderden dokwerkers in groepjes bij elkaar om instructie te krijgen. Omdat iedereen op de grond zit, hebben deze toolboxmeetings een bijna religieuze uitstraling. Maar het gaat er natuurlijk om dat iedereen weet wat ‘ie moet doen.

Ondertussen moet de gewone bemanning met behulp van de technische dienst in de gaten houden of alles inderdaad volgens plan verloopt. Het is geen geringe opgave.

Maar zonder een geregelde docking kan een baggerschip niet functioneren. Er moet op een gegeven moment gewoon worden gestopt om grote reparaties uit te voeren en eventuele vernieuwingen door te voeren. Als je altijd maar zou blijven doordraaien, loopt de boel op een gegeven moment vast.

Een goed functionerend baggerschip spreekt dus niet vanzelf. Daarbij zijn de grote onderdelen van groot belang, maar ook de hele kleine onderdelen tellen mee. Een haperend klein onderdeel kan zorgen voor grote problemen.

Een docking laat zich ergens wel vergelijken met een soort van retraite. Zoiets past wel aan het begin van een nieuw jaar. Even een stapje terugdoen en kijken wat misschien anders moet. Even denken aan je gezondheid. Even stilstaan bij je levensstijl. Even nadenken over je plannen voor het komende jaar. Want … niet alles spreekt vanzelf. Als een mens altijd maar door blijft draaien, loopt hij of zij op een gegeven moment vast.

Daarbij kan een spirituele update zo nu en dan ook geen kwaad. Weer eens even stilstaan bij de zin van het leven. Wat is nou echt belangrijk voor je? Waar haal je je inspiratie vandaan? Welke mensen doen er echt toe? En laat je dat ook blijken?

En net als met een schip: na een goede docking kun je er weer even tegen.

PC220461PC220457

N.a.v. een bezoek aan de HAM 318 en de Fairway in Singapore

2 Comments

Stuurmanskunst

Stuurmanskunst

In Manila was er al bijna geen doorkomen aan met het drukke verkeer. Zeker rond kersttijd, wanneer vele Filipijnse buitenlandwerkers naar huis gaan om bij de familie te zijn, lopen alle wegen vast. Maar tot nu toe slaat Jakarta alles wat ik aan Aziatische verkeerschaos heb meegemaakt. In de stad zelf willen vijf auto’s het liefst tegelijk gebruik maken van één rijstrook. Dat dit verkeersgedrag niet zorgt voor een vlotte doorstroom, is overal te merken. Bovendien wordt iedere vrije meter op de weg vervolgens bevochten door de miljard scooters die in Jakarta rondrijden. Daar tussendoor zigzaggen dan ook nog de driewielers met passagiers erin. Het mag inderdaad een wonder heten dat ik geen ongelukken heb zien gebeuren. Zoals gezegd: ik was al wel wat gewend vanuit Chinese steden en Manila. Maar hier had ik af en toe in de auto het bijna aan zekerheid grenzende gevoel dat mijn laatste meters op deze aardkloot geslagen hadden. Gelukkig wist de stuurmanskunst van de chauffeur – met het nodige getoeter – mij telkens weer te redden.

Tot zover het verkeer op het land. Maar de drukte op het water is ook niet mis. Om de haven van Jakarta uit te varen moet je door een soort volle parkeerplaats van oude en minder oude schepen. Nu is dat nog niet zo’n punt. Wel de onmetelijke hoeveelheid vissersbootjes die kriskras heen en weer varen zonder ergens op te letten (althans, zo lijkt het). Vissersboten zijn op het water wat de scooters op de weg zijn: muskieten – zo noemen de Indonesiërs ze zelf. Gelukkig weten de mensen op de brug de hopper met stuurmanskunst veilig buiten- en binnengaats te brengen.

Op het water is het belangrijk om goed te laten zien wat jij doet, zodat de ander weet waar ‘ie aan toe is. Communicatie kan in de stuurmanskunst niet worden gemist: wijk jij uit naar bakboord of stuurboord? Als het niet duidelijk is wat jij wilt en wat die ander wil, krijg je brokken.

Dat is natuurlijk niet alleen op het water het geval. De waarde van goede communicatie geldt op alle terreinen van ons drukke snelwegleven. Je kunt alleen de goede koers bewaren als je in staat bent aan elkaar duidelijk te maken welke gedachten jij hebt en wat de ander bezielt. Dan kom je tenminste ergens.

Als pastor mag je soms in alle bescheidenheid bijdragen aan de verkenning van de koers in iemands leven. Goede communicatie is ook hier onontbeerlijk. Daarom zijn we waarschijnlijk ook zo graag hele dagen in gesprek met mensen. Waarbij je soms juist ook op de verborgen signalen moet letten.

1 Comment

Herstel

De Nederlandse miljoenen zullen voor heel veel Filipino’s het verschil maken tussen nog meer ellende en een begin van herstel.” Aldus de Provinciale Zeeuwse Courant, en laten we hopen dat het inderdaad zo is.

Nederland heeft weer massaal gegeven na de verschrikkelijke natuurramp Haiyan die een deel van de Filipijnen heeft verwoest. Tegenwoordig wantrouwen heel wat mensen gironummer 555, omdat men niet precies weet wat er allemaal met het geld gebeurt. Maar toch is er veel gegeven. Want ook al komt van iedere euro misschien maar 70 cent op de goede plaats van bestemming; als je helemaal niets geeft, komt er 0 cent bij de getroffen gebieden. 25 miljoen euro is veel, maar ook weer een relatief bedrag als je in diezelfde krant leest hoe bij verschillende banken in de afgelopen jaren een veelvoud aan miljoenen naar onduidelijke bestemmingen is weggevloeid. Over wantrouwen gesproken…

In de baggerwereld was de ramp op Filipijnen natuurlijk ook een thema, want op veel materieel zijn Filipijnse werknemers te vinden. Van directe slachtoffers heb ik geen melding gekregen, maar veel familie en vrienden wonen in het getroffen gebied. Ook op de Filipijnen zelf worden de nodige hulpacties op touw gezet.

Ondertussen moet je bij al dit natuurgeweld niet vergeten, dat ook Nederland risico’s loopt. Met dit soort orkaankracht zullen wij vermoedelijk niet zo snel te maken krijgen, maar de zee kan ons nog steeds bedreigen. Zo lang geleden is de laatste watersnood ook weer niet.

PB110364PB200389

Het was daarom mooi om de afgelopen weken getuige te mogen zijn van werk aan de Nederlandse kustverdediging. Vorige week mocht ik op een stenenstorter stappen, die vlakbij de stormvloedkering in de Oosterschelde aan het werk is. De bodembedekking voor de pijlers wordt hersteld. Op diezelfde Oosterschelde mocht ik mij bovendien in de afgelopen week een paar daagjes op een sleephopperzuiger bevinden. Ook de dijken en duinen achter de dam moeten op de juiste hoogte gehouden worden. Mooi en belangrijk werk! Daarbij was het bijzonder om de pijlerdam nu eens vanaf het water te zien in plaats vanaf de weg. Na het bezoek was ik dit keer wel snel thuis, want het was maar een kwartiertje rijden naar Middelburg.

PB200378PB200400

 

 

1 Comment

Ramp op de Filippijnen

Filippijnen

Met alle vraagtekens die deze afbeelding ook kunnen oproepen, deel ik deze uiting van vertrouwen die van de Filippijnen zelf afkomstig is.

Kyrie, eleison

Leave a comment

Pictogrammen

Onder het kopje “Intro” (balk bovenaan) heb ik de rubriek “Pictogrammen” opgenomen. Aan boord vind je talloze plaatjes met aanwijzingen rondom veiligheid en andere zaken. Je kunt in deze plaatjes echter ook een diepere laag lezen…

De bedoeling is om in de komende tijd deze rubriek telkens wat meer uit te breiden.

20130823_065859

Leave a comment

Fantastisch!

Sinterklaas4

Toen ze van de week aan boord vertelden dat de Verenigde Naties onderzoek gaan doen naar het Nederlandse Sinterklaasfeest, dacht ik dat het om een grap ging. Maar na raadpleging van een nieuwssite besefte ik dat het bericht helemaal echt was. Fantastisch!

Je bent 11 dagen weg naar St Petersburg en je komt terug in een land, waarin er een gekte is losgebarsten rondom het aloude kinderfeest. Mag Zwarte Piet zwart blijven? In mijn vriendenkring op Facebook is 85% van de posts gewijd aan deze discussie. In de kranten wordt kolom na kolom gevuld met ingezonden brieven over dit thema. In de trein op weg naar huis hoorde ik links en rechts, jong en oud, erover praten. Fantastisch!Sinterklaas1b

We hebben in Nederland maar weinig instituten waar een groot gedeelte van de bevolking helemaal achter staat. Het koningshuis is er één van, het Nederlands elftal een ander, en het  Sinterklaasfeest hoort beslist ook in dit rijtje thuis. In no time meer dan 2 miljoen likes voor de Pietietie, dat krijg je niet zomaar voor elkaar. Fantastisch!

Inmiddels is er ook een tweede ronde van commentaren losgekomen. Allerlei beschouwende stukken over de wijze waarop deze discussie al dan niet gevoerd moet worden. De rol van deskundigen, de media, de politiek – er wordt flink geanalyseerd. Fantastisch!

Aan boord was het natuurlijk ook een gespreksonderwerp. Hoe wil je je koffie? Euh, neutraal… Op het kantoor zei iemand: nu snappen we misschien beter hoe andere landen zich voelen, als Nederland met het opgeheven vingertje dáár de les wil lezen. Snappen wij eigenlijk altijd  waar we het over hebben als we commentaar hebben op een ander land en er daar emotioneel op gereageerd wordt. Fantastisch!

Sinterklaas3b

Laat ik voor mezelf spreken. Ik heb zelf als kind Zwarte Piet nooit in verband gebracht met donkergekleurde medelanders. Er was in mijn beleving totaal geen relatie tussen beide. In de gewone dagelijkse wereld lopen mensen rond met een verschillende huidskleur – dat is gewoon, we zijn allemaal mens. Zo ben ik tenminste opgevoed, we hebben allemaal dezelfde kleur bloed. Maar in de wereld van Sinterklaas krijgt alles een andere kleur. Dit is een wereld van cadeaus, pepernoten en je schoen zetten. Het is een wereld van geheimzinnigheid en een beetje spannend wachten of er ineens op de deur wordt gebonsd. Het is een wereld waarin de fantasie van het kind wordt geprikkeld. Natuurlijk weet je als kind dat Zwarte Piet niet door de schoorsteen heen past. Of dat de pakjes door een brievenbus heen passen, want de meeste huizen hebben niet schoorsteen meer. Natuurlijk begrijpt een kind verstandelijk dat Sinterklaas niet overal tegelijk kan zijn. Maar … waar het verstand ophoudt, gaat de verbeelding verder.

Die donkere Zwarte Piet, dat is me een figuur. In vroeger tijden waren kinderen bang voor hem door de roe en juten zak die hij bij zich droeg. Maar sinds in de jaren ’60 de zak overboord werd gegooid (Godfried Bomans heeft daar mooie dingen over geschreven), zorgt Zwarte Piet voor een vrolijke, ontregelende noot. Anders zou het hele gebeuren rondom die statige Sint Nicolaas allemaal veel te serieus worden.

Voor mij getuigt de hele vraagstelling rondom de kleur van Zwarte Piet van een fantasieloosheid. Blijkbaar kennen sommige mensen alleen nog maar de wereld waarin wit wit is en zwart zwart.  Blijkbaar kunnen mensen geen onderscheid meer maken tussen de wereld van verbeelding waarin allerlei wonderlijke gestalten rondlopen en de dagelijkse wereld met de gangbare hokjes en vakjes. Die mensen willen dat de wereld van Sinterklaas zo veel mogelijk gaat lijken op onze gewone wereld, de wereld van de volwassenen, met diezelfde hokjes en vakjes. Fantasieloos!

Sinterklaas2b

Er wordt niet voor niets gesproken over Sinterklaasgeloof. Want juist de verbeeldingskracht, de gevoeligheid voor een andere wereld, wijst naar een diepere geloofslaag die ons schuilt – een geloof dat ook als volwassene met je mee mag gaan. Maar dat is een ander verhaal. Een verhaal over een veel groter geschenk. Na Sinterklaas volgt het Kerstfeest.

Natuurlijk moet racisme te vuur en te zwaard worden bestreden. Maar ik geloof niet dat een zwartepietenverbod daar direct aan zal helpen. Ik hoop straks weer op de kade te staan als Sint met zijn Pieten Middelburg binnenvaart – blaasorkest erbij en kinderen op de nek. Fantastisch!

Sinterklaas5

 

 

2 Comments

Face-to-face

We leven in het tijdperk van de elektronische communicatie. Via e-mail, LinkedIn, Facebook en allerlei andere kanalen wissel ik tal van nieuwtjes en wederwaardigheden uit met andere mensen. Door geregeld op websites te kijken blijf ik op de hoogte van tal van ontwikkelingen van bedrijven en organisaties. En op mijn mobiele telefoon functioneren inmiddels vele apps.

Toch heb ik in de afgelopen week weer kunnen ervaren dat een ontmoeting “van aangezicht tot aangezicht” al die media verre te boven gaat. We hadden in Boekarest een conferentie van de International Christian Maritime Association (ICMA) met deelnemers vanuit de hele wereld. Een videoconferentie was ongetwijfeld goedkoper geweest, maar dan was het nooit tot een echte ontmoeting gekomen. Veel namen was ik al op de website en in e-mails tegengekomen. Maar nu kreeg je er een gezicht en persoonlijk verhaal bij. Nu kon er energie worden uitgewisseld: waarom doe jij dit werk in de maritieme wereld? Hoe stap jij aan boord van een schip? Wat zijn de dingen die jij tegenkomt? Waarin voel je je sterk en … waarin voel je je zwak? De persoonlijke verhalen komen vaak pas los ná het officiële programma. Samen een glaasje drinken is via een videoconferentie toch minder leuk.

ICMA2

De ICMA is een organisatie voor organisaties. Dat wil zeggen: de ICMA heeft zelf geen pastors in dienst, maar vormt een platform waarop allerlei zeemansmissies en pastorale zorgorganisaties (zoals de SPWO) met elkaar in gesprek zijn. Twee weten tenslotte meer dan één. Het kan ook goed zijn om in de internationale wereld van de zeevaart af en toe een gezamenlijk geluid te laten horen. De ICMA maakt zich als wereldwijde organisatie sterk voor het welzijn van de zeevarenden.

De SPWO is een kleine organisatie binnen de ICMA. Vergeleken met bijvoorbeeld The Mission to Seafearers met vele zeemanshuizen en pastors in dienst, is de SPWO maar een ukkie met één “baggerdominee”. Maar tijdens zo’n conferentie maakt dat niet uit; groot en klein gaan samen. Het is goed om je samen onderdeel te weten van een groter geheel. Bovendien heel praktisch: wanneer het soms lastig is om als enige SPWO-pastor zelf ergens naartoe te reizen, kan er een beroep worden gedaan op het wereldwijde ICMA-netwerk.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

En Boekarest? Het is een prachtige stad met veel monumentale gebouwen. Ook opvallend: religie is in deze stad zeer prominent aanwezig. Ik had op het internet al gelezen dat op bijna iedere straathoek een kerk te vinden is, maar nu kon ik het zelf ervaren. Terug wandelend van een laat geworden diner in de stad, liepen mijn roomskatholieke collega en ik nog even een kerk binnen. Om 12 uur ’s nachts was het nog helemaal vol in deze Roemeens-orthodoxe kerk. “Zelfs in Rome is het ’s avonds niet zo druk in de kerk,” merkte mijn collega op, “en dat wil toch wat zeggen.”

Dat het christelijk geloof zijn plaats na de communistische overheersing weer herwonnen heeft, blijkt ook uit de herbouw van de kathedraal naast het enorme paleis van dictator Ceausescu. Dit megalomane pronkstuk van de voormalige Roemeense dictator rijst nu als een fort in het midden van de stad op. De bedoeling is dat de kathedraal straks boven het paleis uitsteekt. Elders op deze weblog heb ik mijn twijfels uitgesproken over het nut van hoge gebouwen. Ik weet ook niet of ik blij moet zijn met kerkelijke hoogbouw. Maar misschien kun je een kerktoren naast dit op één na grootste gebouw ter wereld ook zien als een grassprietje dat opschiet tussen het onpersoonlijke grijze beton, dat een monument vormt van een onmenselijk systeem.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Voor het paleis van Ceausescu, samen met Jason Zuidema (North-American Maritime Association) en Bruno Ciceri (Apostleship of the Sea Stella Maris)

1 Comment

IKEA-samenleving?

Ik kan jaloers zijn op het enorme technische vernuft dat zich aan boord van een baggerschip bevindt. Twee linkerhanden heb ik nog net niet, maar mijn technische vermogens strekken zich niet veel verder uit dan het in elkaar zetten van een IKEA-kast. En dat kost mij soms al de nodige moeite, zoals in het afgelopen weekend bleek. We hebben onze keuken uitgebreid met wat extra kastjes. Het kostte flink wat energie om alle planken en deuren op de juiste manier in elkaar te schroeven.

Maar het is een prachtig concept van IKEA: een meubel hoeft niet met duur vervoer te worden afgeleverd, waarna het puzzelen wordt hoe je het geval door je voordeur heen krijgt. Nee, je neemt het zelfbouwpakket onder je arm mee en sleutelt de boel zelf in elkaar. Je bouwt als het ware zelf mee.

Ikeatroon

Onze koning Willem-Alexander sprak op de derde dinsdag van september zijn eerste troonrede uit. Eén van de meest opvallende punten uit die – door de regering geschreven  – rede was het noemen van  de “participatiesamenleving. Het moet voor iedereen duidelijk zijn – zo klonk het in de troonrede – “dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.”

Er is inmiddels veel over die participatiesamenleving gesproken. Kort en goed komt het hier op neer dat de burger meer zelf moet gaan doen. Als het gaat om zorg, kinderopvang, werk zoeken, burenhulp, voorzieningen in de buurt etc. etc. moet de burger niet meer naar de overheid kijken, maar zelf de handen uit de mouwen steken. In de verzorgingsstaat is er teveel verantwoordelijkheid overgeheveld naar de overheid, waardoor de burgers passief zijn geworden. Het wordt weer tijd dat iedereen gaat meebouwen aan het samenlevingsgebouw.

Het klinkt heel mooi en het is ook moeilijk om het ermee oneens te zijn. Het spreekt toch voor zich dat de samenleving mensenwerk is. Het is niet zo dat alle zorg, kinderopvang, buurthulp in de afgelopen decennia door robots is verricht. Vanzelfsprekend participeren mensen in de samenleving. Waar het echter de huidige regering om gaat is dat die participatie geen betáálde participatie meer moet zijn. Een hoop zaken die tot nu toe collectief geregeld werden – daar betalen we belasting voor – worden nu teruggeschoven naar de individuele burger. Die moet méér zelf gaan doen. Of, als hij/zij het kan betalen, mag het worden uitbesteed aan een eigen ingehuurde kracht. Op deze wijze kan de overheid in ieder geval bezuinigen.

Het begrip “participatiesamenleving” zingt al langer rond. Het is afkomstig uit de kringen van het zogenaamde “communitaristische denken”. Dat is een groep filosofen die nadenkt over het verlies aan sociale samenhang in onze moderne Westerse samenleving (communio = gemeenschap). Eén van de bekendste denkers van die stroming is de Canadese filosoof Charles Taylor (geb. 1931). In zijn boekje De malaise van de moderniteit beschrijft Taylor het mechanisme hoe de moderne staat op steeds meer afstand van de burger komt te staan. Het wordt nu even wat filosofisch, maar het is de moeite waard om zijn gedachtegang te volgen.

CHARLES TAYLOR TEMPLETON PRIZEBij de moderne burger staat de eigen persoonlijke vrijheid op nummer 1, aldus Taylor, want die biedt het meeste garantie voor de bevrediging van alle privébehoeften. Daardoor doet hij niet zomaar meer mee aan het openbare leven. Nog maar weinig burgers zijn lid van een politieke partij. Als gevolg hiervan voelt de overheid niet meer als iets van hem/haarzelf. De overheid staat op afstand. “Ze doen maar in Den Haag”. Dat heeft echter tot gevolg dat de burger zich nog meer van de overheid afkeert en steeds minder in het openbare leven participeert. Het resultaat van dit alles is dat door de geringe inhoudelijke betrokkenheid van burgers de overheid nog meer los komt te staan. Taylor vindt dat geen goede ontwikkeling en daarom pleit hij voor een “participatiesamenleving” waarin burgers de macht weer terugpakken. Maar macht kun je alleen uitoefenen als je ook de bijbehorende verantwoordelijkheid wilt dragen. Lusten én lasten, zeg maar.

Afijn, daar valt veel meer over te zeggen, maar dat voert nu veel te ver. Waar het om gaat is dat bij Taylor de “participatiesamenleving” in feite de oplossing voor een heel ander probleem vormt dan waar de troonrede over spreekt. Het gaat hem om het overbruggen van de afstand tussen overheid en burger. Om dat te bereiken moeten burgers meer betrokkenheid gaan tonen bij het politieke leven. De troonrede wil echter af van de verzorgingsstaat en vraagt aan burgers bepaalde zaken (die tot nu toe dankzij de belastingopbrengsten gezamenlijk geregeld konden worden) nu zelf te gaan betalen. Het gaat hier om een vergelijking van appels en peren.

Sterker nog, in feite versterkt de oproep van de troonrede de afstand tussen burger en overheid juist nog meer. In de gedachtegang van de troonrede is de overheid is er niet meer voor de burger; die moet zijn problemen zelf maar oplossen. Het doel van de overheid lijkt te zijn zo min mogelijk te moeten regelen. Iedereen moet het vooral zelf doen. Daardoor gaat de burger zich zeker niet méér bij de overheid betrokken voelen. Integendeel, de gedachte zal zijn: we moeten ons zelf zien te redden, zoeken jullie het in Den Haag dan ook maar zelf uit. Daarmee bereikt het verhaal van de troonrede over de participatiesamenleving precies het omgekeerde van wat er oorspronkelijk mee bedoeld werd.

Verder is het helemaal niet mijn bedoeling om op mijn weblog aan politiek te doen. Maar ik had me nu eenmaal net verdiept in het werk van Charles Taylor en lezing over hem gehouden voor het Filosofisch Café van Middelburg. Als dan de kranten ineens bol staan van die participatiesamenleving…. (als je eventjes een tijdje niet hoeft te reizen, lees je weer wat beter de krant).

De samenleving is geen IKEA-product. Alle problemen laten zich (helaas) ook niet met een simpel “zelf doen” oplossen.

1 Comment

Gas, water, licht

Bij het woord “gas” moet iedereen deze dagen denken aan de verschrikkelijke burgeroorlog in Syrië. Van de week verscheen een rapport van de Verenigde Naties waarin uitvoerig wordt beschreven hoe alle betrokken partijen zich schuldig maken aan oorlogsmisdaden. Het regeringsleger heeft waarschijnlijk chemische wapens ingezet tegen de burgerbevolking, maar ook de rebellen hebben burgers  niet ongemoeid gelaten. Ik moet zeggen: het zijn van die momenten dat je het liefst de krant dichtslaat en de televisie uitzet. Wat moet je hiervan maken? Het is geen conflict waar je simpelweg een goede en een slechte partij kunt aanwijzen. Wat me wel opvalt in de media: de wijze waarop de Amerikaanse president Barak Obama wordt weggezet als een besluiteloos president. Het leek wel of de kranten zich al helemaal hadden verheugd op een Amerikaanse aanval op Syrië en daarom teleurgesteld waren in het uitstel daarvan. Zo kopte kwaliteitskrant NRC afgelopen dinsdag: “Diplomatieke uitweg Syrië doemt op”. Hoezo “opdoemen”? Is diplomatiek overleg een doemscenario? Wat mij betreft wordt wapengekletter zo lang mogelijk uitgesteld. Maar ja, misschien lijk ik misschien ook wel meer op een duif dan op een havik.

20130913_142100

Met een heel ander soort gas had ik de afgelopen week te maken tijdens mijn bezoek aan een sleephopperzuiger in IJmuiden. Die was bezig de haven uit te baggeren, maar daarbij kwam veel H2S of zwavelwaterstof vrij. Dit spul staat bekend om zijn “rotte eieren” lucht. De geur is echter nog niet zo’n probleem, een hoge concentratie ervan is gevaarlijk voor de gezondheid. Veiligheid voor alles – dus liepen we rond met piepers aan boord die aangaven wanneer de hoeveelheid H2S in de lucht teveel werd. Dan moest er even met baggeren worden gestopt. Het was inktzwarte bagger met bubbels, nog het meest lijkend op de “heksensoep” die de kinderen vroeger wel eens brouwden met allerlei soorten viezigheid. Ja, ook dat is de wereld van de waterbouw: dan moet je het even zien vol te houden. De haven van IJmuiden is in ieder geval voorlopig weer goed toegankelijk.

Bubbles in modder

Als je als pastor bij mensen gaat graven, moet je soms ook voorzichtig zijn. In de diepere lagen van iemands leven kunnen zich zaken bevinden die heftige reacties kunnen oproepen, ook bij jezelf als pastor. De kunst is dan om het gesprek vol te houden met elkaar. En soms moet je even stoppen met praten…

Een bijzonder lichtpunt in verband met het geweld in Syrië zag in de afgelopen week ook op de televisie. Het journaal liet een ziekenhuis zien in Noord-Israël – vlakbij de Golanhoogte – waar Syrische gewonden gastvrij een onthaal vinden. Of het burgers zijn of militairen, alle medische middelen worden ingezet om de gezworen aartsvijanden te helpen. Het leidt weer tot een heel ander soort conflict bij mensen, namelijk het innerlijk conflict: hoe kan het dat deze Joodse vijanden van mij gewoon aardig doen en mijn wonden verbinden? En: deze kwetsbare Syriërs zijn ook gewoon mensen. Zo zijn er binnen de grenzen van het aloude beloofde land nog steeds barmhartige Samaritanen te vinden.

Leave a comment

De hoogste toren ter wereld

IMG-20130718-WA0013

Deze foto is ’s avonds genomen, dus je moet goed kijken. Maar hij springt er wel uit in de skyline van Dubai: de Burj Khalifa. Met een lengte van 828 meter is dat het hoogste gebouw ter wereld. Even ter vergelijking: de Euromast in Rotterdam meet slechts 185 meter en het Empire State Building in New York 381 meter. Zelf vroeg ik mijn echtgenote Wilja ten huwelijk op de CN-tower in Toronto die 553 meter in de lucht steekt. De plek waar dat gebeurde lag echter minder hoog: op 350 meter skyhigh, met een vloer waar je dwars doorheen kon kijken, ging ik op mijn knieën. We liepen op die dag letterlijk en figuurlijk met onze hoofden in de wolken.

Maar wat is dat toch met de grootste willen zijn? Het is iets waar je in Dubai in ieder geval voortdurend bij wordt bepaald: hier is het grootste hotel ter wereld te vinden, het grootste zwembad, de grootste shopping-mall, het grootste aquarium, het grootste vliegveld en weet ik wat nog meer.

Wat betreft de Burj Khalifa is het wel een pijnlijk gegeven, dat de toren eigenlijk “Burj Dubai” had moeten heten. Maar net voor de opening in 2010 werd de naam gewijzigd met een verwijzing naar Khalifa bin Zayed Al Nahayan, president van de Verenigde Arabische Emiraten en emir van het naburige Abu Dhabi. Dit emiraat had het door de financiële crisis geteisterde Dubai namelijk een aanzienlijk bedrag geschonken. En tja, voor wat hoort wat.

Een verhaal van eeuwen geleden gaat ook over de bouw van de hoogste toren ter wereld. In het oude Babel wilden ze een toren bouwen die tot in de hemel zou reiken. “Dat zal ons beroemd maken,” was de gedachte, “en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.” Degenen die het verhaal uit het Bijbelboek Genesis kennen, weten hoe het afloopt. Vanuit de hemel wordt er verwarring gezaaid: de mensen gaan een verschillende taal spreken, begrijpen elkaar niet meer en er ontstaat dikke ruzie. Dat gebeurt als mensen elkaar niet meer kunnen verstaan, dan ontstaat er afstand – dat is vandaag niet anders.

Het vreemde echter is: de taal van geld lijkt iedereen wél te begrijpen. Of het nou gaat om harde dollars, dure euro’s of fraai gekleurde dirhams, ze spreken klare taal en iedereen weet wat er wordt bedoeld. Met geld is heel de wereld te koop. Maar of deze taal mensen werkelijk weer bij elkaar weet te brengen, valt nog te bezien. Daarvoor is toch meer nodig.

 

20130720_175852

Overigens: weer prachtig om te zien hoe uit zee land wordt gecreëerd!!

 

Leave a comment

Zout water

20130724_161251 20130724_161641

De zee verveelt nooit. In de winter is het heerlijk om gewoon langs het strand te wandelen. In de zomer ga ik graag zwemmen. De zeezwemtochten langs Walcheren zijn helemaal een feest. Golven die over je heen rollen, de paalhoofden die nog net zichtbaar zijn, en af en toe een slok zout water.

Dat laatste kun je in de Dode Zee beter niet hebben. Ik was onlangs op bezoek bij het zoutbaggerproject aan de zuidkant van de Dode Zee in Jordanie. Dat is een heel ander verhaal dan zand- of steenbaggeren. Het zout wordt weggebaggerd ten behoeve van de winning van potash, een grondstof die o.a. gebruikt wordt om kunstmest te maken. Zouter dan in de Dode Zee kan water niet zijn. Het is zo verzadigd van zout dat er in het water zoutpaddestoelen groeien. Ook koekt het zout vast aan de schepen. Overigens is dat met zoet water vrij simpel te verwijderen: het smelt als sneeuw voor zon.

20130723_144334

Maar het is een bijzonder gezicht. Tussen de eeuwenoude bergen die de Dode Zee omgeven lijkt het af en toe op een Poollandschap: het witte zout lijkt op een ijsmassa. Alleen haalt de temperatuur je snel uit die droom: het kwik gaat gemakkelijk de 40 °C voorbij.

kaart_IsraelOoit las ik een mooi verhaal over het zoute water van de Dode Zee. In Noord-Israel, op de grens met Syrie, ontspringt de Jordaan. Daar komt schoon, fris water zo uit de grond naar boven. Al die stroompjes samen verzamelen zich vervolgens in het Meer van Galilea, een prachtige omgeving met veel groen. Het is zo groen, omdat het water in het meer in beweging blijft. Het stroomt namelijk weer verder als de rivier de Jordaan richting het Zuiden. Maar dan stopt het: de Jordaan mondt uit in de Dode Zee. Daar blijft het water stilstaan en het verdampt. Met al het zout in de grond wordt het water dor en doods. De overdenking legde de symbolische waarde van deze waterhuishouding uit: waar het water stil komt staan, is er geen leven meer mogelijk. Dat geldt ook voor het leven in het algemeen: waar er geen “flow” meer is, wordt het door en doods en wil er niets meer groeien. Met andere woorden: blijf in beweging en laat je inspireren door frisse bronnen!!

20130723_121731 20130723_121737

 

Leave a comment

Zilver!

Het heeft me de nodige inspanning gekost en ik heb er heel wat kilometers voor moeten maken, maar het resultaat mag er zijn – net geen goud weliswaar, toch mooi: zilver!

Nee hoor, het gaat niet over een medaille, maar over mijn status als “frequent flyer” bij de KLM. Ik heb mij in mijn leven tot nu toe verre gehouden van het plakken van bonnetjes, het opladen van mijn bonuskaart of het verzamelen van rentepunten. Ook schudde ik altijd mijn hoofd bij de kassa als er naar een “airmiles”kaart werd gevraagd. Maar ik moet eerlijk bekennen: voor het “frequent flyer” programma van onze Nederlandse luchtvaarttrots ben ik als een blok gevallen. Heerlijk als er weer miles zijn bijgeschreven! Straks een gratis vluchtje ergens hier of daar naartoe. Maar bovendien: ik hoef niet meer te wachten in die lange rijen voor het inchecken van de bagage of bij de veiligheidscontrole voor het aan boord gaan. Gewoon lekker langs die rij wachtende stakkers lopen. Ik geef toe: dat is niet een erg christelijke gedachte. Maar tot mijn verdediging mag ik aanvoeren dat ik nog wel gewoon economyclass vlieg…

KLM Silver

Wonderlijk trouwens hoe het zit met dit spaarsysteem. Als je eenmaal de nodige miles hebt gespaard, wordt het steeds makkelijker om er miles bij te krijgen. Op het zilveren niveau krijg je 50% meer miles dan op het basisniveau. Word je tot nog hogere heerlijkheid bevorderd en kom je op het gouden of platina niveau, heb je met één vlucht bijna genoeg miles bij elkaar om op vliegvakantie te gaan. Wonderlijk eigenlijk, want als je voor je werk zoveel moet vliegen, heb je waarschijnlijk een functie dat je die vakantie wel gemakkelijk zelf kunt betalen.

Het doet me denken aan die beroemde gelijkenis uit het Evangelie van Mattheus van de drie knechten die van hun heer een aantal talenten (een grote som geld) krijgen toevertrouwd. Degene die veel krijgt, verdient er ook veel bij. Degene met maar 1 talent, raakt dat ook nog kwijt en moet het geven aan de veelverdiener. Daar heeft voor mijn gevoel ook altijd iets oneerlijks in gezeten.

Maar ja, het gaat er natuurlijk om: betrokkenheid – commitment – wordt beloond. En daar kan ik me dan wel weer in vinden.

1 Comment

De discussie gaat verder

Wat doe je als waterbouwpastor aan de wal? Natuurlijk is er allereerst het gezinsleven, maar in mijn agenda zijn ook genoeg SPWO-activiteiten te vinden. Ik bezoek bedrijven, mensen, ik schrijf voor Diepgang en houd natuurlijk deze weblog bij. Afgelopen week stonden er twee bijzondere zaken op het programma: een bezoek aan de bisschop van Rotterdam én in Vlissingen de lezing “Laat je niet overvallen” over piraterij.

Over het bezoek aan de bisschop weid ik verder niet uit, bij de lezing wil ik wel even stilstaan. Deze werd gehouden in het oude beroemde gebouw van de zeevaartschool in Vlissingen – met dat torentje. Het was de laatste bijeenkomst in dit gebouw dat is verkocht. De zeevaartopleiding is inmiddels verhuisd. Spreker was Henri L’Honoré Naber (o.a. bestuurslid van de Nederlandse Kapiteinsvereniging en werkzaam voor Safer Seas Consultancy).

zeevaartschool_44EE73DCA5D1A881C12579B8004BABFB_2

Op mijn weblog heb ik al eerder stilgestaan bij het probleem van zeeroverij. Ik pleitte voor een verruiming van de wettelijke mogelijkheden voor het inzetten van private beveiliging aan boord. De lezing van L’Honoré Faber stelde echter grote vraagtekens bij dat standpunt. Hij toonde een heftig filmpje waarin private beveiligers vanaf een schip er bij de nadering van een verdacht scheepje op los gaan schieten. Er wordt een waarschuwingsschot bevolen, maar in plaats daarvan volgen salvo na salvo zodat het scheepje half gezonken uit zicht verdwijnt. Of er daadwerkelijk piraten in het bootje zaten? Wij weten het niet.

Natuurlijk is de stress in zo’n situatie zittend achter een computer in het veilige Nederland moeilijk voorstelbaar. Waarom komt zo’n scheepje aangevaren, dan vragen ze toch om moeilijkheden? We hoeven geen medelijden te hebben met piraten. En toch, stelde L’Honoré Naber, is het gevaar van een glijdende schaal groot. Aan de ene kant zullen onschuldigen steeds makkelijker het slachtoffer worden van een mogelijke inschattingsfout van de beveiligers. Aan de andere kant zal er steeds gemakkelijker door piraten naar grof geweld worden gegrepen. In de optiek van L’Honoré Faber verdient de inzet van militairen veruit de voorkeur boven die van private beveiliging: de wettelijke kaders zijn beter, er makkelijker bijstand worden ingeroepen, de wapens van de mariniers zijn geregistreerd. Het enige grote voordeel van private beveiligers is hun snelle en flexibele inzet. Meer nog dan wapengekletter verdient echter een “harde schil van bescherming” rond een schip de voorkeur: goede detectiesystemen, afschrikkingssystemen (bijv. fel licht of geluid) en obstakels om aan boord te komen (kettingen, waterjets). Misschien kunnen er in de toekomst zelfs drones worden ingezet of robotbootjes. Kortom: L’Honoré Naber ziet liever helemaal geen bewapende mensen aan boord.

Zo’n lezing zet je wel weer aan het denken. Een zo geweldloos mogelijke benadering spreekt mij natuurlijk razor-wire-248x300 principieel ook aan. Tegelijkertijd komen er bij mij vanuit gesprekken in de maritieme wereld ook drie andere overwegingen naar boven.

1. Je kunt nog zoveel technische beveiliging installeren, de mensen aan boord voelen zich pas echt veilig met veiligheidsménsen aan boord. We vertrouwen in een heleboel opzichten op techniek, maar in dit soort situaties geven mensen die weten wat ze doen toch een veiliger gevoel dan installaties waarvan je de effectiviteit moeilijk kunt inschatten.

2. Psychologisch is een zuivere verdedigingstactiek erg zwaar: je moet maar afwachten wat er gebeurt. Het is de vraag of de verdedigingslinies werken. Je bent zeer afhankelijk. Het idee dat er mensen aan boord zijn die terug kunnen schieten, als het echt moet, voelt om die reden robuuster aan. Op de één of andere manier denken we (onbewust) dat er met gewapende schutters aan boord minder te spotten valt dan beveiligingstechnieken, waar altijd wel weer een antwoord op te verzinnen is. Dat gewapende schutters natuurlijk ook niet onkwetsbaar zijn, is een gedachte waar we liever aan voorbij gaan.

3. De factor, dat inzet van gewapende beveiligers veel flexibelere geregeld kan worden dan bijstand van mariniers, moet niet worden onderschat. In de lezing van L’Honoré Naber stond dit punt in een hele rij van afwegingen, maar in de baggerwereld is dit volgens mij wel een heel belangrijk punt. Ik kan niet beoordelen of aanvragen voor een militair “Vessel Protection Detachment” echt door een lange procedure heen moeten – maar dat is een veelgehoorde klacht. Wat ik wel weet dat het in de waterbouwwereld soms een kwestie van snel schakelen is. Dan is het ook belangrijk dat beveiligingsbijstand op korte termijn geleverd kan worden anders wordt het paard achter de wagen gespannen.

De discussie gaat verder en is voorlopig nog niet afgesloten. Terwijl L’Honoré Naber in Vlissingen de lezing hield, werd er in de Tweede Kamer in Den Haag over ditzelfde onderwerp gediscussieerd. Jammer dat daar in de kranten niets over is terug te vinden. Ik heb gespeurd op het internet, maar geen idee wat er uit deze discussie is gekomen. Misschien heeft één van de lezers meer informatie hierover? Deze discussie moet niet te lang gaan duren; er moeten toch een keer knopen worden doorgehakt.

LivePiracyMap

Leave a comment

Zin in de nacht

logo_kerkennacht_kleinHet was landelijk nieuws: de kerkennacht trok afgelopen weekend meer dan 150.000 bezoekers. Dat is heel wat minder dan het aantal mensen dat op zondagmorgen een kerk bezoekt, maar het is natuurlijk een opmerkelijk feit. Een zestigtal kerken in Nederland zette in “de kerkennacht” haar deuren open voor vaste gasten, maar vooral ook voor belangstellenden en ongeregelde gasten. En die formule blijkt te werken. Met verrassende elementen: de nachtelijke bezoekers van de Utrechtse Domkerk kregen geen preek van de dominee, maar van zangeres Karin Bloemen. In Rotterdam werd gesproken door burgemeester Aboutaleb. Iets dergelijks wordt ook al wel eens op gewone zondagen gedaan met de “preek van de leek” – dan mag een bekende plaatsgenoot de kansel bestijgen. Blijkbaar komt de kerk op deze wijze dichterbij de mensen dan op de gewone zondagmorgen. Dan moet je blijkbaar zo door de kerkelijke wol geverfd zijn, wil je het verhaal van de voorganger een beetje kunnen volgen.

Precies dát gegeven was ook het onderwerp van de “nacht van de theologie” in hetzelfde weekend. Op het stoomschip Rotterdam verzamelde zich de theologische fine fleur van Nederland om zich te buigen over een overvloedige maaltijd en vervolgens de huidige stand van de theologie. Ik heb begrepen dat de moderne theoloog zich niet meer moet neerzetten als “brenger van dé Waarheid”, maar zich veeleer moet opstellen als bruggenbouwer, zingever en uitlegger van Bijbelverhalen aan gelovigen en niet-gelovigen. Daar kan ik wel wat mee. De nacht van de theologie werd besloten met het uitreiken van de Theologie Podiumprijs voor de meest spraakmakende theologie, die dit jaar naar Ruben van Zwieten ging, predikant en directeur van Zingeving Zuidas Amsterdam.

In één weekend: de kerkennacht en de nacht van de theologie. Men had nogal zin in de nacht, zou je kunnen zeggen. Het verbaast me eigenlijk niets. In de Bijbel vinden de mooiste ontmoetingen ’s nachts plaats (denk aan Jacob die in nacht worstelt met de Allerhoogste; of het nachtelijke gesprek tussen Jezus en Nicodemus). Zelf voer ik vaak aan boord juist in de nachtelijke uren de goede gesprekken, bovenop een donkere brug of in de controlroom van de machinekamer. Overdag is het dan vaak veel te druk. Terwijl de rest van de wereld in ruste is, bepaalt de stilte van de nacht je bij wie je bent.

theologie-300x336

1 Comment

Prisoner’s dilemma (gedachten n.a.v. de gestolen eindexamens 3)

Tijdens mijn filosofiestudie leerde ik over het “Prisoner’s dilemma”. Dat ziet er als volgt uit: twee gewapende mannen worden opgepakt op verdenking van het plegen van een ernstig misdrijf. Ze worden apart in de cel gezet en kunnen niet met elkaar communiceren. De officier van justitie doet hen beiden apart hetzelfde voorstel:

1. Als jullie allebei blijven zwijgen, kan ik jullie niet veel maken. Je zult alleen worden veroordeeld voor wapenbezit zonder vergunning, dat ga je een jaar naar de gevangenis.

2. Als jij echter bekent, dan is de zaak rond. Jij krijgt geen straf, omdat je hebt meegewerkt – die ander krijgt zeker 20 jaar gevangenisstraf.

3. Als jullie allebei bekennen, krijg jullie allebei 5 jaar.

Wat kunnen de gevangenen nu het beste doen? Het mag duidelijk zijn dat optie 1 – zwijgen – het meest voordelig is voor allebei: beide gevangenen krijgen in dat geval een beperkte straf. Maar optie 2 en 3 – bekennen – draagt minder risico in zich. In het geval dat de ander niets zegt, krijg jij geen straf. Bekent de ander ook, krijg je slechts 5 jaar. Maar blijf jij zwijgen en bekent de ander, dan krijg jij 20 jaar straf.

Het is een lastig dilemma. Op basis van een risicoanalyse kun je beter bekennen. Met zwijgen loop je namelijk het risico de volle mep aan straf te krijgen. Als je redeneert vanuit solidariteit kun je beter wel je mond houden. Maar dan moet je elkaar door en door kunnen vertrouwen.

ibn ghaldoun 3

Aan dit dilemma moest ik denken bij het “eindexamenschandaal” op de Ibn Ghaldoun school. Frauderende leerlingen krijgen namelijk tot 18.00 uur vandaag de tijd om zich te melden bij hun school. In dat geval is de straf beperkt: ze hoeven alleen het examen over te doen. Wordt hun fraude later ontdekt, dan is het hele diploma ongeldig. Een groot risico dus. Maar zwijgen is voor alle betrokken leerlingen het meest voordelig: ten eerste blijft je diploma geldig als je fraude niet wordt ontdekt en ten tweede wordt het de politie dan niet duidelijk hoe wijd vertakt de fraude is. Maar wat als jij jezelf niet aangeeft en jouw Facebookvriend doet dat wel? Dan neemt het risico dat jouw fraude ontdekt wordt aanmerkelijk toe en zit jij met gebakken peren.

Een lastig dilemma. Ik ben heel benieuwd of er leerlingen zich gaan melden. Op basis van de theorie van het “prisoner’s dilemma” kunnen ze dat beter wel doen.

Het was natuurlijker verstandiger geweest zich helemaal niet met dit soort gestolen waar in te laten.

Leave a comment